Europa wil meer e-waste inzamelen en recycleren. Daarom geldt voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) een duidelijke inzameldoelstelling: 65%.
Maar hoeveel Europese landen halen die doelstelling vandaag? En hoe verhoudt België zich tot de rest van Europa?
Volgens de meest recente vergelijkbare cijfers van Eurostat bedroeg het gemiddelde e-waste-inzamelpercentage in de Europese Unie 37,5% in 2023.
Slechts een beperkt aantal lidstaten bereikte de Europese doelstelling via de standaardberekening. Enkel Bulgarije, Letland en Slovakije bereikten 65%. Polen behaalde zijn doelstelling via de alternatieve berekeningsmethode op basis van de hoeveelheid gegenereerd AEEA.
De 65%-doelstelling voor e-waste blijft dus voor het grootste deel van Europa een stevige uitdaging.
Elektrische en elektronische apparatuur die vandaag op de markt wordt gebracht, komt enkele jaren later niet automatisch als e-waste terug in de officiële inzamelstromen.
Toestellen:
Ook verschillen in infrastructuur, bewustwording, illegale handel en rapporteringsmethodes spelen een rol.
Voor België kunnen we ondertussen verder kijken dan de Europese vergelijkingscijfers uit 2023. De resultaten voor referentiejaar 2025 zijn binnen en brengen goed nieuws: België behaalt een e-waste-inzamelpercentage van maar liefst 66,2%.
Daarmee overschrijdt België de Europese doelstelling van 65%. Ter vergelijking: in 2024 bedroeg het Belgische inzamelpercentage nog 61,93%.
Maar betrouwbare rapportering blijft essentieel. Ze maakt zichtbaar waar e-waste terechtkomt, hoe de verschillende stromen evolueren en waar verdere vooruitgang mogelijk is.
Wat we beter in kaart brengen, kunnen we ook beter inzamelen, hergebruiken en recycleren.